Voor Vlaams Parlementslid Klaas Slootmans (Vlaams Belang) is het onaanvaardbaar dat klanten alsmaar vaker niet of nauwelijks in het Nederlands terecht kunnen in handelszaken in Vlaanderen. Onder meer in de provincie Vlaams-Brabant loopt het de spuigaten uit. “Frustrerend voor de klant én een aantasting van het Nederlandstalige karakter van Vlaanderen”, reageert Slootmans. Om daaraan te verhelpen dient hij een voorstel van decreet in waarmee aan handelszaken in Vlaanderen de kennis van het Nederlands wordt opgelegd voor contacten met Nederlandstalige klanten.
Het Vlaams Belang legt in het Vlaams Parlement vandaag een voorstel van decreet ter stemming dat werkgevers en werknemers van ondernemingen in Vlaanderen verplicht om over voldoende kennis van het Nederlands te beschikken voor contacten met klanten en derden. Volgens de partij dient het vanzelfsprekend te zijn dat wie in Vlaanderen een handelszaak uitbaat of klanten bedient, dat in het Nederlands kan doen.
De provincie Vlaams-Brabant voerde hier ondertussen zelfs onderzoek naar. Daaruit blijkt dat meer dan de helft van de gemeenten klachten ontvangt over het taalgebruik in handelszaken. Vooral in horeca, kleinhandels, grootwarenhuizen en op markten ervaren inwoners dat zij er niet in het Nederlands terecht kunnen. Volgens datzelfde onderzoek leveren vrijwillige sensibiliseringsacties onvoldoende resultaat op. "Steeds meer Vlamingen botsen dus op de absurde situatie dat zij in handelszaken in de eigen gemeente of streek niet meer in het Nederlands geholpen kunnen worden. Dat is niet alleen frustrerend voor de klant, maar tast ook het Nederlandstalige karakter van Vlaanderen aan", zegt Slootmans.
“Het is een kwestie van elementair respect dat in Vlaanderen klanten in het Nederlands worden geholpen”
Het voorstel legt geen verplicht taalgebruik op, omdat dit volgens de Grondwet niet kan, maar wel een minimale kennis van het Nederlands. Daarmee sluit het aan bij de bestaande rechtspraak, die een onderscheid maakt tussen de grondwettelijke vrijheid van taalgebruik en het opleggen van taalkennisvereisten. Dergelijke vereisten bestaan vandaag al in diverse sectoren, zoals voor sociale huurders, gezondheidszorgbeoefenaars en bestuurders van individueel bezoldigd vervoer.
Concreet stelt het Vlaams Belang voor dat werkgevers en hun werknemers die klanten en derden te woord staan, over de vereiste kennis van het Nederlands moeten beschikken. Dat kunnen zij aantonen via een Nederlandstalig diploma of via een taalcertificaat volgens het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader (ERK). De vereiste taalniveaus zijn afgestemd op de aard van de functie en de contacten die iemand uitoefent. "Wij vragen geen onredelijke inspanning. Wie beroepshalve klanten helpt in Vlaanderen, moet hen op een behoorlijke manier in het Nederlands kunnen te woord staan. Dat is een kwestie van elementair respect voor de klant én voor de officiële taal van Vlaanderen", aldus Slootmans.
Om ondernemingen voldoende tijd te geven zich aan te passen, voorziet het voorstel een overgangsperiode van één jaar na de inwerkingtreding van het decreet.